Voor Nic

Recent hoorde ik het weer het verhaal over de tweeling die, nog in de buik van de moeder, discussiëren of er leven is na de bevalling. Het is een verhaal gebaseerd op een langer stuk van Pablo J.Luis Molinero, Boy and Girl uit 1980. Het blijft fascinerend om te lezen hoe hij de kinderen laat redeneren vanuit onze manier van denken over de wereld om ons heen. Het leven in de buik van de moeder als metafoor voor ons leven hier op aarde. De een alleen overtuigt van hetgeen hij ziet en ervaart, terwijl de ander er vanuit gaat dat er meer is dan wat het in eerste instantie lijkt. Het maakt dat je nog eens nadenkt over de werkelijkheid en allicht wilt heroverwegen of er toch geen dingen zijn die ons voorstellingsvermogen te boven gaan. Of, zoals in Hebreeën 11: 1 staat: Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.

Een tweeling zit in de buik van de moeder.
De een vraagt aan de ander: “Geloof jij in leven na de bevalling?”
De ander zegt: “Maar natuurlijk, er moet ‘iets’ zijn na de bevalling. Misschien zijn we hier om ons voor te bereiden op wat hierna komt.”
“Nonsens,” zegt de eerste “er is geen leven na de bevalling. Wat voor leven zou dat zijn?”
“Ik weet ‘t niet, maar er zal in ieder geval meer licht zijn dan hier. Misschien lopen we wel met onze benen en eten we uit onze monden. Misschien hebben we andere zintuigen die we nu nog niet snappen.”
De eerste reageert: “Dat is absurd! Lopen is onmogelijk. En eten met onze monden? Ridicuul! De navelstreng voorziet ons van voeding en alles wat we nodig hebben. Maar de navelstreng is zo kort. Leven na de bevalling moet dus logischerwijs uitgesloten zijn.”
De tweede volhardt: “Nou, ik denk dat er iets is en het is anders dan hier binnen. Stel dat we de navelstreng niet meer nodig hebben.”
Waarop de eerste antwoordt: “Nonsens. En wat dan als er leven zou zijn, waarom is er dan niemand ooit van teruggekomen? Bevallen is het einde van het leven, en in het post bevallingstijdperk is er niets dan donkerte, stilte en de ondergang. Het brengt ons nergens.”
“Ik weet het niet hoor,” zegt de tweede weer “maar we zullen mama in ieder geval ontmoeten en zij zal voor ons zorgen.”
“Mama? Geloof jij echt in mama? Dat is ronduit lachwekkend. Als mama bestaat waar is ze dan nu?”
De tweede reageert: “Ze is overal en om ons heen. We zijn omgeven door haar en we zijn van haar. Het is in haar waar we leven. Zonder haar zou deze wereld niet bestaan.”
“Nou, ik zie haar niet. Dus het is niet meer dan logisch dat ze niet bestaat.” zegt de eerste, waarop de tweede antwoordt: “Soms, als je stil bent en je je focust en echt, echt goed luistert, kun je haar aanwezigheid voelen en kun je haar stem horen.”

Geef een reactie