Vandaag viel dan eindelijk het boek op de mat, waarvan ik drie jaar geleden een hoofdstuk over de brachytherapie heb gereviseerd. Ik realiseerde me dat in dit hele blog het woord radiotherapie niet voorkomt. Niet dat ik hier mijn hele doopceel hoef te lichten, maar over iets waar ik me mijn halve leven voor heb ingespand, zou je misschien iets meer enthousiasme verwachten. Hier en daar is natuurlijk wat terug te vinden, over een bunker of de vertwijfelde vraag wat erbij congresgangers blijft hangen van je zorgvuldig in elkaar gezette lesprogramma. Maar grosso modo is het zorgvuldig weg geredigeerd.

Tijdrovend

Misschien is het verschijnen van het boek, wel typerend voor deze hele periode. Ongetwijfeld gaat het zo met meer handboeken, waaraan hele volksstammen aan vakidioten meeschrijven. Eer iedereen zijn hoofdstukje herzien heeft, de benodigde collegae content aanleveren en weer anderen hun plasje daarover hebben gedaan, ben je zo een paar jaar verder. Maar mijn, eveneens ex-radiotherapie, vriendin herkende het gevoel direct. We startten samen, 18 jaar geleden, meteen aan het werk in het ziekenhuis en een weekje per maand naar de hogeschool. Om erachter te komen dat het hele onderwijs hopeloos achterliep op waar we klinisch mee bezig waren. En dat de werkwijzen in de ziekenhuizen onderling nog meer van elkaar verschilden, dan van de achterhaalde boeken. We hadden ideeën en wensen, maar liepen op tegen protocollen en overlegstructuren.

Fini

Al is het natuurlijk ook een pracht vak. Enerzijds technisch hoogstaande zorg leveren en anderzijds psychosociale begeleiding van de patiënten. Vele mensen en levensverhalen die ik niet snel meer zal vergeten. Mensen in alle soorten en maten, rangen en standen, samen in één wachtkamer. Lotgenoten of strijdmakkers, hoe ze zich ook wilden typeren. En als er tenminste de ruimte was om het ze te laten typeren, want aan tijd ontbrak het altijd.
Nu, twee jaar verder, kan ik wel zeggen dat het de juiste beslissing was en dit hoofdstuk voor mij dan ook definitief afgesloten is.