Rentmeesterschap

Al vroeg in de ontstaansgeschiedenis van de lage landen, in de vijfde en zesde eeuw, speelde het christendom een rol in het bijeenhouden van de verschillende groepen. Steeds weer gebruikten overheersers deze religie en de bijbehorende regels als leidraad, telkens in andere vormen, van heksenjachten en beeldenstormen tot de verzuiling. In de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw zette de ontkerkelijking echter in en inmiddels leven we in Nederland in een zogenaamde post-christelijke samenleving. Een van de gevolgen hiervan is, dat zaken die voorheen volgens de regels uit de bijbel georganiseerd waren nu hun bestaansrecht verloren hebben en daardoor vaak als nutteloos gezien worden en in onbruik raken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan rentmeesterschap over de aarde, respect voor het leven en de dood, de omgang met de medemens en zondagsrust.

Enerzijds ging er ook voorheen al veel mis en brengen nieuwe inzichten van tijd tot tijd de vraag naar voren welke gevolgen ons gedrag heeft voor de wereld om ons heen. Anderzijds is dit een gelegenheid om in de huidige tijd met de kennis en middelen die we hebben ook nieuwe regels en omgangsvormen te creëren.

Het rentmeesterschap is mijns inziens één van de kinderen die met het badwater van de ontkerkelijking is weggegooid. Rentmeesterschap is een term die binnen het christelijk geloof gebruikt wordt om onze verantwoordelijkheid voor de zorg van deze aarde te benoemen. Een van de eerste dingen die God aan de mens geeft is de zorg over de dieren en het gebied waar hij op dat moment in woont (Genesis 1: 26 – 28 en 2: 15). Het rentmeesterschap in de tijd van de Bijbel hield in dat een rijk persoon bijvoorbeeld een boerderij aanschafte en iemand aanstelde om voor hem de boerderij te beheren. Van tijd tot tijd ging de eigenaar, of iemand in naam van hem, kijken hoe het er met de zaak voor stond. Naar dat beeld is de wereldbevolking dan verantwoordelijk voor de zorg voor Gods’ schepping, de aarde en alles wat erop leeft. We zullen eens ook verantwoording moeten afleggen voor de manier waarop we met onze planeet omgesprongen zijn.

Met dien verstande kunnen we bijvoorbeeld niet alleen in economische groei denken, maar moeten we ook de consequenties hiervan in de gaten houden. Door alle wetenschappelijk onderzoek kunnen we de gevolgen van het vooruitgangsstreven niet meer ontkennen en proberen politici maatregelen te treffen om fenomenen als het broeikaseffect wat te vertragen (http://www.consilium.europa.eu/nl/policies/climate-change/international-agreements-climate-action/). Het idee is dat alle landen samen streven naar beheersing van het klimaateffect, toch doen maar een beperkt aantal landen hieraan mee. Hierdoor kunnen wij nog steeds makkelijk aan goedkope kleding, voeding, huishoudelijke apparatuur en dergelijke komen, uit landen die niet aan het verdrag mee doen. Zo werken we het verdrag tegen, terwijl Nederland er wel mee heeft ingestemd. Ondernemingen die in Nederland gevestigd zijn dienen zich wel aan de maatregelen te houden en produceren zo relatief duurdere producten en hebben daardoor last van oneerlijke concurrentie.

Wanneer je jezelf bewust wordt van dit soort mechanismen in onze samenleving kan je zelf wel proberen hier rekening mee te houden in je dagelijks leven. Als maar genoeg mensen er zo over gaan denken kan het zeker verschil maken. Je ziet nu ook vanuit de maatschappij steeds meer initiatieven om bewuster te leven, zoals het gebruik van groene stroom steeds aantrekkelijker wordt gemaakt of herenboerderijen waarin gezinnen samen met een boer een boerderij beheren (http://www.herenboeren.nl/).

Geef een reactie