Passend in het plaatje

Een geslaagd congres is er een waarin ook een gastspreker wordt uitgenodigd van een ander vakgebied. Die een frisse blik werpt op thema’s van de georganiseerde dagen of vanuit een heel ander veld een behandeld onderwerp benaderd. Het zet je als deelnemer aan om buiten de gebaande paden te denken en met elkaar nog eens het een en ander te bediscussiëren.

Economie als drijfveer

Zo was Ruud Veltenaar begin juni op een congres uitgenodigd om te spreken over het Nederlandse onderwijssysteem. Hij benadrukte dat dit systeem er vooral op gericht is om mensen een vak te leren. Concreet klaar te stomen voor de arbeidsmarkt, om zo naadloos mogelijk aan te sluiten aan de eisen van onze consumptiemaatschappij. Om winst te maken en de economie te laten groeien. In zekere zin relevante doelen, willen we een land hebben met vooral economisch onafhankelijke, kapitaalkrachtige individuen die volop meedoen met consumeren. Zijn these was echter dat we als land veel beter af zouden zijn, wanneer we meer naar individuele vaardigheden zouden kijken. Niet alleen onderwijs je mensen dan beter om kritisch en creatief na te denken, ook verklein je de kans dat ze voor hun dertigste levensjaar een eerste burn-out hebben opgelopen.

Achterhaald onderwijssysteem

Geef kinderen en jongeren de kans om hun kwaliteiten te ontdekken en te ontwikkelen. In plaats van hen verplicht allerlei algemene vakken te laten volgen, die op dat moment nutteloos lijken en waar ze waarschijnlijk nooit meer iets mee doen. Meer gestuurd vanuit de individuele talenten dus, dan vanuit ‘het systeem’. Wat dan overigens niet hetzelfde is als allerlei onrealistische opleidingen uit de grond stampen, zoals een tijdje geleden aan het licht kwam in de zogenaamde creatieve vakken van het MBO. Onderwijs zou de normen en waarden van een maatschappij door moeten geven. Volgens Veltenaar lijkt het onderwijs hier nu op achter te lopen en zou het op scholen meer draaien om ideeën van de vorige eeuw. Belangrijk is dat je binnen afzienbare tijd een vak leert en een goede baan vindt. Dat dit niet zaligmakend is, blijkt wel uit de roofbouw die we met onze consumptiemaatschappij plegen op de aarde.

Vastlopen in je specialisme

Mij sprak dit praatje enorm aan, omdat ik hier zelf hinder van ondervind. Na een zeer specialistische opleiding voor stralende beroepen binnen het ziekenhuis, ging ik aan de slag in een bunker. Na zo’n zestien jaar kwamen de muren dan wel een beetje op me af. Ik zie dit bij meerdere van mijn collegae en oud-klasgenoten gebeuren. Natuurlijk staan de ontwikkelingen niet stil en er zijn een aantal dingen die je binnen het werkveld kunt doen om de uitdaging er wat in te houden. Hooguit wanneer je een goede werkplek met dito leidinggevende treft, is een beetje carrière te maken. Maar echte doorgroei mogelijkheden zijn zeer schaars. En zie dan nog maar eens wat anders te vinden met je stralende diploma.

Verwaarloosde talenten

Los van die specialistische kennis heb je in die jaren natuurlijk heel wat vaardigheden opgedaan. Sociaal en communicatief, een beetje gezondheidszorg en -hygiëne, organisatorisch en allicht wat specifiekere dingen vanuit je nevenfuncties. Dat probeer je dan zo goed en zo kwaad als dat gaat op te schrijven, in je zoektocht naar een andere baan. Maar vaak is men toch vooral weer op zoek naar iemand met een aansluitende opleiding. En zo kan het gebeuren dat je zo’n drie jaar lang bijna maandelijks brieven schrijft. Over het algemeen leuke reacties krijgt en toch steeds naast het net vist. Bij functies waarvan je denkt dat ze goed bij je zouden kunnen passen en waar je met veel plezier en enthousiasme aan begonnen zou zijn. Het is een moeizaam traject. Telkens weer die afwijzing, zoeken naar een andere baan die je leuk lijkt, verdiepen in een bedrijf en bedenken hoe je daarin zou passen.

Sollicitatieperikelen

Er zijn genoeg mensen die net van school afkomen en in een dergelijke impasse belanden. In die gevallen is ervaring een veel gehoord argument voor afwijzing. Of leeftijd. Of een naam die niet Nederlands genoeg klinkt. Als er al een reden opgegeven wordt tenminste, want soms bekruipt je het idee dat je interesse in een baan überhaupt niet gewaardeerd wordt. Alsof je iemand lastig valt die daar niet op zit te wachten. Allicht is dat ook een manier om erachter te komen dat een bepaalde werkplek niet bij je past. Zoals de email die ik kreeg als reactie op een sollicitatie bij een zorgorganisatie in de regio Leiden: ‘…moeten wij u tot onze spijt mededelen dat wij na vergelijk van de sollicitatiebrieven op dit moment van uw gegevens geen gebruik zullen maken.’ Alsof men bij HRM het beheer van menselijke productiemiddelen echt letterlijk is gaan opvatten.

De jeugd heeft de toekomst

In een andere context las ik in ‘Als kinderen andere wegen gaan’ (van Margriet van der Kooi en Wim ter Horst, 2009, uitgeverij Filippus, pagina 171), dat de jongeren die nu op de middelbare school zitten, naar verwachting niet alleen zeven verschillende banen, maar zelfs zeven verschillende beroepen zullen hebben. Het leven is veel vluchtiger en veranderlijker geworden, dan decennia geleden. Mensen willen zich niet zomaar voor meerdere jaren committeren. Het idee dat je op middelbare of zelfs lagere school leeftijd een vak kiest voor de rest van je leven is onrealistisch. Naast alle keuzestress die dit idee al op jonge leeftijd met zich meebrengt, is het een onmogelijkheid om van mensen te verwachten dat ze zich op hun zestigste nog zullen vermaken in een vak waar ze zo’n vijfenveertig jaar eerder voor gekozen hebben.

God dank is mijn zoektocht inmiddels ten einde en mag ik, vanuit het besloten systeem van de bunkers, nu aan de slag in de kathedraal van het licht. Waar de jeugd de toekomst heeft en ik mijn talenten daarvoor in mag zetten! Omdat er méér is…

Geef een reactie