Ontzet(ond) Leiden

Leiden beleeft op 2 en 3 oktober een van de hoogtepunten van het jaar. Het ontzet, dat tijdens de 80 jarige oorlog plaatsvond, heeft Leiden kunnen uitzitten doordat ze via de postduiven van de organist van de Pieterskerk op de hoogte waren van naderende hulp. De dijken werden doorgestoken bij Rotterdam en Capelle aan de IJssel en dankzij een stormwind rukte het water op tot de stad en verdreef de Spanjaarden. Nog steeds wordt een herdenkingsdienst gehouden in de Pieterskerk. Ook wordt er op 2 oktober hutspot (naar het voedsel dat men in het Spaanse kamp vond) en op 3 oktober haring en wittebrood (dat het volk als dank voor de standvastigheid kreeg van de geuzen) gegeten. Maar vooral is er natuurlijk veel vertier. Kermis, markten en allerlei optredens. Biertenten en pisbakken door de hele stad.

Leiden als modern Babylon?

Afgelopen vrijdag was ik bij een optreden van Matthijn Buwalda, niet helemaal mijn muziek, maar een mooi begin van een nieuw seizoen jeugd- en jongerenwerk in Leiden. Twee van zijn liederen spraken me erg aan en ik dacht aan de teksten in de context van het Leids Ontzet. De eerste was Babylon:

Deze stad ligt in het midden van mijn wereld

Ze ziet er prachtig uit, verleidelijk mooi

De schitterende pleinen

Met zon in de fonteinen

Het leven gratis en jezelf als fooi

 

Ze lokt je vroeg of laat naar haar terrassen

Ze heeft je zomaar speels opeens gekust

Ze fluistert in je oren

Precies wat je wilt horen

Je wordt hier in een diepe slaap gesust

 

En als je wakker wordt

Heb je je hart verkocht aan

Babylon

Hier haal je adem maar je leeft niet

Hier krijg je vleugels maar je zweeft niet

 

Babylon

Ze wil je ziel, maar ze vergeeft niet

Maak dat je wegkomt hier, het geeft niet

Je krijgt jezelf er weer voor terug

 

De wegen hier, ze gaan waar jij graag heen wilt

Zolang zij mogen zeggen waar je gaat

Je maakt je eigen leven

Zo wordt je voorgeschreven

Je bent hier van je eigen vrijheid slaaf

 

Totdat ik op een dag iemand zag weggaan

Verkocht wat ‘ie hier had en hield geen cent

Ik vroeg hem of hij gek was

Hij zei dat hij ontdekt had

Dat je hier niet leeft, maar langzaam sterft

De stad als woestijn

Nu is dit lied wel wat eenzijdig, want ik zou echt niet graag weggaan uit mijn stadje. In die zin is het ook niet te vergelijken met Babylon, want in Leiden zijn de nodige rechtvaardigen gevonden. Juist daarom is het denk ik ook belangrijk om je getuigenis te laten horen en niet alleen met gelijkgezinden onder te duiken in een dorp. Maar het lied is wel een oproep om er steeds weer aan herinnerd te worden, je woont in een stad, er is meer dan genoeg vertier, maar alles wat kan moet niet. Als de hele stad vol rep en roer is, zijn er altijd nog plekken waar het wel rustig is. Als er ’s avonds optochten en lichtshows zijn, blijven ook de sterren daarboven staan.

Het andere lied was ‘Nog een rivier’. Hoe graag we ons ook ingraven in het zand van het nu, we zijn allemaal onderweg.

Ik ben een man een bestemming

En al jaren onderweg

Om me heen lopen de mensen

Aan wie ik mij heb gehecht

Mijn woestijn kent stroken asfalt

Neonlichten en vertier

Kijk ons leven of we god zijn

Tot we staan voor de rivier

 

Want elke stap die brengt ons dichter

Bij de grote oversteek

Iedereen gaat als het tijd is

Iedereen moet hier doorheen

En bij elk afscheid op de oever

Loop ik met wie blijven terug

Met de tranen in mijn ogen

Maar de hoop steeds in mijn rug

Want ik weet

 

Nog een rivier, nog een rivier, nog een rivier,

En dan ben ik thuis, dan ben ik thuis

Geef een reactie