Natuur en de stad

Voor ons huis staat een boom, daarin zit ieder jaar een koppel duiven. Eerst samen op een tak, later komt er een nest en daarna is de boom zo dik bebladerd dat ze privacy hebben. Ook de afgelopen weken zaten ze er weer. We hadden ze zelfs namen gegeven. Toen het nog donker was wanneer wij opstonden, konden we ze goed in de gaten houden. Kijk, ze wassen zich ook voordat ze weggaan. En ook aan het eind van de dag bestudeerden we hun gewoonten. Nu het langer licht werd zagen we minder van ze. ’s Ochtends waren zij allang actief, terwijl wij toch wachten tot de wekker de juiste tijd aangaf.

Veiligheid

Maar nu zijn ze verdwenen. De bomen zijn namelijk vakkundig gesnoeid door een mannetje van de gemeente. En precies de tak van de duiven moest eraan geloven. Misschien geheel onwillekeurig of allicht juist expres, omdat er zich onder de tak al een aardig bergje uitwerpselen begon te vormen. Ondanks dat het toch zo netjes gecamoufleerd werd door de poep van viervoeters. De bomen moeten uiteraard gesnoeid worden, voor onze eigen veiligheid. Als ze te groot worden en te veel zon wegvangen of takken waaien er bij de eerste de beste windvlaag uit, ben je ook niet blij. Maar we maken ons toch een beetje zorgen over onze overbuurtjes, waar vinden ze nu een goede boom en perfecte tak als deze?

Territorium

Alhoewel, perfect… misschien was een van de twee ook wel blij dat ze nu een doorslaggevende reden hadden om eindelijk te verhuizen. Het was niet echt een heel rustige buurt. De boom bevind zich aan een water en precies het stuk onder de boom is opgeëist door een meerkoet. Een man, die zijn territorium dag en nacht luidruchtig verdedigd. Zelfs wanneer je je fiets parkeert, komt hij luid schetterend aanzwemmen, net zo lang tot je verder dan drie meter van het water verwijderd bent. Hoe lang hij dit nog vol houdt weet niemand, want hij is nog steeds alleen, dus vanwaar al die moeite.

Rust

En ook hier hangt de lente (of eigenlijk de activiteiten van de mens) als een zwaard van Damocles boven het hoofd van het nietsvermoedende dier. Want zodra de temperatuur weer iets richting 18 graden gaat, verandert het nu zo vredige water in een galmende, klotsende file van sloepjes. Net iets te veel en net iets te snel. Waardoor de koet volledig dol, waarschijnlijk ook zijn heil ergens anders zal moeten zoeken.

Zelfs in de randstad geeft de natuur zich niet zo snel gewonnen. Je hoeft niet naar de regenwouden om te zien wat de impact van de mens is. Het gebeurt dagelijks, met de beste bedoelingen soms. Het zal wel altijd een strijd blijven.

Geef een reactie