Natuur en de stad, kattenkwaad

De merkwaardige neiging van de mens om een dier als kameraad te verkiezen, pakt niet altijd even positief uit. Hoe lang ze ook gedomesticeerd zijn, dieren behouden grotendeels hun jacht- en vluchtinstinct. In het tijdperk van de jagers-verzamelaars was dat nog nuttig voor de jacht en het beschermen van je vege lijf. Maar je zou denken dat ons dierenliefde-gen inmiddels ook uit ons systeem had kunnen evolueren. Maar niets blijkt minder waar, het aantal huisdieren blijft stijgen. Bijna een kwart van alle huishoudens heeft een kat en 43% van die groep heeft er zelfs meer dan één. Hartstikke gezellig natuurlijk, zo’n beestje bij je op de bank en in de kattenbak, maar vaak blijft het daar niet bij. Het zijn jagers, dus ze houden wel van strooptochten. Als dank voor de goede zorgen, bieden ze hun baas hoffelijk al wat ze gevangen hebben.

Waar twee vechten

Vooral wanneer je zelf geen kat hebt, blijk je er hinder van te ondervinden. Ze houden hun eigen terrein graag schoon en doen hun behoefte dus, bij gebrek aan een kattenbak, in de tuin van de buren. Daarbij lijkt het erop alsof worden kattebelletjes tegenwoordig alleen nog in de figuurlijke zin van het woord gebruikt worden. Hier in de buurt hoor ik nooit meer een vrolijk rinkelende kat. Het meest bizarre tafereel dat ik ooit meemaakte was een heuse wild west op het dak van onze schuur. Onder de oude pannendaken van de huizen hier, nestelen in de zomer de gierzwaluwen. Op een dag landt er een grote meeuw op het dak, met in zijn bek zo’n zwaluw! Vervolgens komt er vanaf een ander dak een kat aansnellen, die richting de meeuw springt. Van schrik laat hij de zwaluw uit zijn bek vallen, die er meteen vandoor gaat. Dank, kat!

Europese richtlijnen

Gisteren is een nieuw onderzoek gepubliceerd, naar de rol van katten in het verdwijnen van diersoorten in de natuur. Het is niet alleen hun jachtinstinct, maar ook de stress en ziektes die ze veroorzaken en funest zijn voor andere dieren. Denk daarbij niet alleen aan hinderlijke muizen. Ook kikkers, vleermuizen, vlinders en andere dieren die het toch al niet breed hebben, dankzij onze eigen alomtegenwoordigheid. Dit is redelijk eenvoudig te beperken. Bijvoorbeeld door dieren (met name ’s nachts) meer binnen te houden, te versieren met alarmbellen of aan te lijnen als ze naar buiten gaan. Dingen die eigenlijk al in de Europese regelgeving zijn vastgelegd, maar niet te handhaven zijn en dus gedoogd worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *