Natuur en de stad, glashard

Afgelopen weekend reden we over de snelweg en viel het ons op hoeveel dode eenden er langs de weg lagen. Een triest gezicht, die glimmend gekleurde, levenloze beesten in de berm. Het blijkt een jaarlijks terugkerend fenomeen. De eenden met lentekriebels zitten elkaar achterna en hebben alleen oog voor een mogelijke partner of concurrent. Ze vliegen daarbij wat lager dan normaal en voor je het weet klap je er tegenaan met je auto. In april verongelukken zo dik 1800 wilde eenden. In maart en mei komt per maand ook nog eens de helft hiervan om. De rest van het jaar gaat het om zo’n 90 tot 360 dode eenden per maand. Blijkbaar is dit nog maar het topje van de ijsberg. Het overgrote deel van de miljarden wilde vogels dat jaarlijks de dood vinden, dacht door een ruit of ander glazen object heen te kunnen vliegen.

Dieren met een verhaal

Dieren blijven onverminderd nieuwsgierig en enthousiast, ongeacht hun steeds verder veranderende habitat. Ze maken door ons toedoen de gekste dingen mee. Het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam heeft een tentoonstelling gewijd aan experimenterende dieren waarmee het slecht is afgelopen. Van McFlurry-egel tot CERN-marter, ze bestaan allemaal. Op de een of andere manier ziet het er soms nog grappig uit of lijken de verhalen te hilarisch om waar te zijn. Maar uiteindelijk is het allemaal even tragisch. De directeur van het museum won dan ook een IG Nobelprijs met een van die verhalen. Bovendien houdt hij jaarlijks een herdenking voor de eend die zich dood vloog tegen de glazen pui van het museum, om aandacht te vragen voor al dat dodelijke glas in onze leefomgeving.

Mosterd na de maaltijd

Daar blijken we nog altijd de besten in te zijn, in actie komen wanneer het al te laat is. Postuum ophef maken over een dode mus. Survival of the fittest noemen sommigen dat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *