Milieumaker

In het boek ‘Plastic panda’s, Over het opheffen van de natuur’ (Nijgh & van Ditmar, Amsterdam 2011, http://www.basharing.com/plastic-pandas/) wil de auteur onderzoeken hoe erg het is als de natuur verdwijnt. Van tijd tot tijd worden we geïnformeerd over het aantal panda’s of olifanten en wordt benadrukt dat ze op het punt van uitsterven staan. Dat is vreselijk, want het zijn prachtige beesten en weg is weg. Bas Haring (1968, Bijzonder hoogleraar ‘Publiek begrip van wetenschap’ aan de Universiteit Leiden) vraagt zich af in hoeverre dit vooral sentiment van biologen is, want biologen zijn dol op alle natuur en willen er liefst zo veel mogelijk van. Wanneer hij met een nuchtere blik naar de wereld kijkt, kan hij niet anders dan concluderen dat het niet anders kan dan dat soorten blijven uitsterven.

De mensheid is met te veel en heeft leefruimte en vooral voedsel en bouwmaterialen nodig, waardoor met name de oerwouden ten gronde gericht worden. Dit heeft grote gevolgen omdat in dergelijke grote wouden een enorme biodiversiteit aanwezig is, die niet zomaar in een paar decennia terug is. De auteur benadrukt dat verschillende ecosystemen ontstaan door verschillende omstandigheden qua bodem, klimaat en voorkomende soorten. Binnen zo’n ecosysteem spelen verschillende planten en dieren een rol. Dit is echter geen bewust uitgebalanceerd systeem tussen planten en dieren, zoals wel gesuggereerd wordt. Het is niet zo dat wanneer één dier of plant uitsterft, dit perse desastreuze gevolgen heeft voor de rest. In enkele zeldzame gevallen zijn er dieren of planten die echt een sleutelrol spelen en daardoor cruciaal zijn. Maar meestal bied het verdwijnen van de één mogelijkheden voor de ander en kan het leven, in een eventueel aangepaste vorm, doorgang vinden.

Haring heeft een positieve kijk op de gevolgen van ontbossing en het uitsterven van diersoorten. In zijn ogen is er erg veel biodiversiteit en kan het best wat minder. Dat wij mensen dieren en planten in hokjes indelen, ze op die manier kunnen tellen en bedenken dat er te veel of te weinig zijn, zegt volgens hem niet zoveel. Zolang biologen het onderling nog niet eens kunnen worden of een bepaald dier in de ene of de andere categorie thuis hoort, hoe moet het beest zelf dan weten of hij bijna alleen overgebleven is en hoe erg dat kan zijn. Anderzijds is het goed dat biologen dieren categoriseren en tellen, zodat ze ons aan het verstand kunnen peuteren dat we op een verkeerde manier met de wereld om gaan. Een plaatje van een mooie panda die bedreigd wordt zegt allicht meer dan cijfers over aantallen bomen die gekapt worden.

Haring heeft kunstmatige intelligentie gestudeerd, hij verwacht dus erg veel van wat wij mensen kunnen maken en dat dit in een aantal gevallen beter kan zijn dan wat de natuur ons te bieden heeft. Hij probeert op allerlei manieren waarde te geven aan de natuur, argumenten te bedenken waarom verschillende soorten zo waardevol zijn en behouden moet worden. De intrinsieke waarde is daarbij voor hem niet belangrijk genoeg, wij gooien ook spullen weg die we niet meer gebruiken, dus waarom zouden ook soorten niet verdwijnen omdat wij hun leefgebied teveel aantasten, is de redenatie. Volgens mij hoef je geen gelovige te zijn om deze redenatie niet te kunnen meemaken. Waarom moeten we eerst op de een of andere manier waarde toe kennen aan de natuur, voordat we die gaan beschermen? Nu we zien wat onze manier van leven teweeg brengt kunnen we toch maatregelen nemen? Sommige processen zijn misschien niet onomkeerbaar, al blijven er, naar het zich laat aanzien, nog steeds meer mensen komen. Maar om zo te zeggen dat we die paar soorten best kunnen missen en er genoeg diversiteit in de versie van kunst en techniek voor terug komt, lijkt me erg kort door de bocht.

Het is een goed, verhelderend boek met de meest fascinerende voorbeelden en het geeft inzicht in de manier waarop zoal met de aarde wordt omgegaan. Maar de conclusie dat we een eigen ecosysteem kunnen creëren, waarin alles zo optimaal mogelijk voor ons werkt en dat we als weldenkende mensen daarin eventueel voldoende ruimte kunnen overlaten voor andere soorten, gaat me veel te ver. Heeft de geschiedenis juist niet uitgewezen dat we helemaal niet zo weldenkend zijn? Dat we vaak toch gaan voor de korte termijn oplossingen en goedkoop?

Geef een reactie