Met de tieners hebben we het zondag over de Jakobsladder. We vroegen hen ter voorbereiding of ze situaties uit het alledaags leven konden fotograferen, waar je een laddertje van God herkent of juist situaties waarin een laddertje naar boven gewenst is.
Het is gaaf om in de reacties iets van de verschillende karakters  en ontwikkeling van de jeugd terug te zien. De jongsten brengen de meeste laddertjes naar boven in. Zoals een zonovergoten bospad of vrienden en familie. Degenen die hun blik al meer op de wereld om zich heen richten, zien vooral plaatsen waar een ladder gewenst is. Zoals in kamp Moria of de bosbranden in Amerika.

Vast

Een van de jongens had een documentaire gezien over Norilsk, een plaats in Noord-Rusland. Gelegen in de permafrost, vrijwel geheel afgesloten van de wereld. Waar ooit de werkkampen van de goelag waren, is nu een stad. De mensen die er wonen, werken voor hoge lonen en veel vrije dagen in de mijnen. In het gebied is ’s werelds grootste complex voor het verwerken van zware metalen gevestigd. Dit gaat gepaard met een enorme uitstoot van allerlei giftige chemicaliën. De werknemers komen dus terecht in een desolaat gebied waar geen plant meer groeit, de sneeuw soms paars of geel ziet en slechts 4% van de volwassen bevolking gezond is. Hierdoor zijn de huizenprijzen in de loop van de tijd gekelderd. Waardoor het, zelfs met je dikke salaris, bijna niet voor elkaar te krijgen is om een ticket naar en huis in de bewoonde wereld te bemachtigen. Velen komen niet meer weg.

Hoop

Zo leer je nog eens wat, van je tieners! Dat ze weten waar of wanneer ze iets van God kunnen ervaren. Gewoon thuis, tijdens een goed gesprek, bijvoorbeeld. Maar dat ze ook inzien, wanneer we helemaal los zijn van God. Dat we in staat zijn plekken te creëren die volledig vergiftigd zijn, uitgewoond en platgebrand. Waar mensen aan de grond zitten, zoals Jakob in het verhaal. Waardoor we ons pas goed beseffen, dat het leven zonder zo’n ladder echt leeg en uitzichtloos is.