Tijdens crises, zoals de financiële crisis in 2008 maar ook met de huidige pandemie, kan het zomaar zijn dat we ons ervan bewust worden dat een te groot geloof in het autonome marktdenken tekortschiet. Ineens realiseren we ons dat economie een sociale praktijk is. Waarin we naast consument ook relationele wezens zijn. Door dit inzicht komt binnen de economie steeds meer ruimte voor samenwerking met andere wetenschappen. Om een visie te ontwikkelen die beter aansluit bij de werkelijkheid en de huidige problemen te kunnen aanpakken. Vanuit dat idee is ook dit boek ontstaan, over de raakvlakken van economie en theologie. Op het eerste oog misschien geen logische combinatie. Maar alleen al vanuit het historische besef dat ooit alle wetenschap bedreven werd vanuit het kader van de theologie, kan het zeker verrijkend zijn.

Scheefgroei

Zoals we eerder lazen hoopt Joris Luijendijk dat de democratie voor verbetering kon zorgen in de ondoorgrondelijkheid van de marktwerking en wantoestanden bij de banken. De auteurs van dit boek, Bovenberg en Van Geest gaan er vanuit dat de economie als wetenschapsdiscipline aangepast moet worden. Zij volgend daarmee onder andere Kahneman, die ook pleit voor een breder taalveld om op economische processen te reflecteren.
Het is belangrijk om in te zien dat economische instituties mede de structuur van sociale interacties bepalen en dus bijdragen aan de veranderingen van sociale normen. Hoe anoniemer transacties gedaan kunnen worden, hoe minder andere partijen als medemenselijk worden ervaren. Een principe waar de economie ooit op gebaseerd was, de samenwerking van mensen waarmee ze elkaar een dienst bewijzen, valt dus steeds verder weg.

Bubbel

Dit zien we onder andere gebeuren op de huizenmarkt. Omdat de krapte zo groot is, worden de prijzen steeds verder opgedreven. Op elk huis dat te koop staat, komen zoveel mensen af, dat je moet bieden op inschrijving. De makelaar hoeft geen interesse meer te tonen in de kopers. Het gaat er vooral om, in een paar dagen tijd het meest efficiënte aantal mensen het huis te laten zien. En daarna te wachten op de biedingen die onherroepelijk volgen.
De kopers voelen de hete adem van andere belangstellenden in hun nek en gaan automatisch hoger bieden, om überhaupt kans te kunnen maken op een woning. De huizen worden daarbij getaxeerd op de hoogst geboden waarde. Waardoor de bubbel die huizenmarkt heet, los van alle andere economische en maatschappelijke ontwikkelingen, blijft groeien.

Balans

Wat theologen kunnen bijdragen is het inzicht in de oorzaken en gevolgen van het onvermogen van mensen om alle consequenties van een keuze te overzien, of het goede te (willen) doen. Theologen benaderen dit onvermogen natuurlijk vanuit een ander perspectief. Maar ze hebben wel veel doordacht, wat de economie kan helpen om betere modellen te ontwerpen. Zo kunnen theologen de scheefgroei in de economie tegengaan door de nadruk op dienstbaarheid en het belang van de ander.
Anderzijds kunnen economen scheefgroei in de theologie voorkomen, door erop te wijzen dat er niets mis is met het verlangen naar eigen goed. Omdat de vrijhandel ook heeft laten zien dat eigenliefde een broedplaats kan zijn voor naastenliefde. Maar wel met dien verstande dat het civiliserende effect van zelfliefde alleen werkt bij vrije concurrentie. We moeten vrij kunnen kiezen tussen verschillende samenwerkingspartners, wat nu te weinig aan de orde is.

Kortom, de manier om de munt van welvaart te redden is door het kruis van in kwetsbaarheid anderen te dienen.