Institutionalisering

In 2012 publiceerde de commissie-Samson een rapport over de ellende die uit huis geplaatste kinderen in jeugdzorg in Nederland te verduren krijgen. Deze week las ik een recente publicatie, gebaseerd op verschillende internationale onderzoeken naar de opvang van kinderen in allerlei instellingen wereldwijd. Waar Nederlandse kinderen vooral uit huis geplaatst worden om ze een veilig onderkomen te bieden, omdat er problemen zijn in het gezin waar ze vandaan komen, worden in minder ontwikkelde landen kinderen vaak elders ondergebracht, omdat ouders zelf niet de middelen hebben om voor het kind te zorgen. Vanwege gebrek aan financiële middelen of omdat een kind een beperking heeft, waardoor het thuis niet goed verzorgt zou kunnen worden. Aan ouders wordt verteld dat het beter is hun kind in een instelling op te laten nemen, omdat ze daar professioneel begeleid kunnen worden, beter onderwijs krijgen en dus een kans op een betere toekomst hebben.

De vraag is in veel gevallen of dat echt zo is. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die in een instelling opgroeien vaak achterstanden oplopen in vergelijking met kinderen die in een gezin grootgebracht worden. Zoals op sociaal emotioneel vlak, omdat ze niet de veiligheid en vertrouwensband kunnen opbouwen met iemand die er altijd voor ze is. Ook kan er minder voorzien worden in individuele behoeften, omdat de kinderen in groepen ondergebracht worden en hun leven vooral gedirigeerd wordt door regels en afgesloten ruimtes. En daarbij de veel grotere kans op allerhande misbruik, dan wanneer een kind in de thuissituatie opgroeit. Tevens is de opvang van kinderen in een instelling veel duurder, dan wanneer ze gefaciliteerd zouden worden om thuis te wonen.

Als je dat alles leest vraag je jezelf af waarom er nog zoveel kinderen buiten een gezin opgevangen worden. Van de naar schatting 8 miljoen kinderen die wereldwijd in tehuizen leven, heeft meer dan 80% nog minimaal een ouder die in leven is en dus voor ze zou kunnen zorgen. Deels is het onwetendheid, beleidsmakers en geldschieters hebben niet door dat het beter zou zijn om gezinnen van middelen te voorzien om zelf voor hun kind te zorgen, dan ze in een instelling onder te brengen. Tevens is een beleidsverandering niet zo snel doorgevoerd, daar gaan jaren overheen voordat men weet hoe gezinnen het beste gefaciliteerd kunnen worden. Maar in landen als Nepal, Haïti, Cambodja, Thailand, Kenia, Uganda, India, Nigeria en Peru blijken weeshuizen ook onderdeel te zijn van mensenhandel. Er gaat veel geld in om, omdat vrijwilligers uit het westen zich graag voor een periode in willen zetten voor kansarme kinderen in ontwikkelingslanden. Zodoende betalen mensen grof geld om ergens van dienst te kunnen zijn. De kinderen hebben vele wisselende contacten met allerlei, niet voor opvang geschoolde, westerlingen en krijgen bij lange na niet de zorg die hun ouders beloofd is.

Dit schrijf ik niet om mensen die hun geld en vrijwillige inzet aan een kinderopvangtehuis hebben gespendeerd een wrange nasmaak te geven of schuldgevoel aan te praten. Het gaat ook hier om bewustwording. Laat jezelf goed informeren en probeer vormen te vinden waarin gezinnen ondersteund worden of kinderen naar een dagopvang gaan waar ze eten en onderwijs krijgen, maar geen geïnstitutionaliseerd leven hoeven te lijden.

Geef een reactie