Het seculiere experiment

Hans Boutellier (bijzonder hoogleraar Veiligheid & Burgerschap aan de VU en wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut) beschrijft in zijn boek ‘Het Seculiere Experiment, Hoe we van God los gingen samenleven’ (Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2015), wat zich de afgelopen vijftig jaar in Nederland heeft afgespeeld. De auteur wil deze tijd analyseren, omdat hij denkt dat de vraag naar religie nu juist weer aan de orde is, ondanks dat we ons prima lijken te reden zonder godsgeloof. Boutellier ervaart enerzijds een richtingloosheid in onze samenleving en ziet tevens nieuwe vormen van religie opkomen.

Hij begint zijn betoog door uit te leggen dat secularisatie niet per definitie het gevolg van modernisering hoeft te zijn. Als argumenten noemt hij dat religie veeleer veranderd dan daadwerkelijk verdwijnt, het geloven over het algemeen meer een private dan een publieke aangelegenheid is geworden en dat religie mondiaal gezien niet afneemt. In Nederland heeft de secularisatie sinds de jaren zestig echter wel doorgezet. Door wetenschap en techniek is het mysterie uit de wereld gehaald, omdat alles verklaard en begrepen kan worden. Wanneer je enige aanwezigheid van het bovennatuurlijke beweerd te ervaren, wordt het afgedaan als iets dat tussen je oren zit. Maar inmiddels begint het idee, dat we ons kunnen laten leiden door de rede, te wankelen. Ondertussen blijft men zoeken naar bronnen van geborgenheid, die men niet langer bij religie wil vinden. Wat verbind ons? Waar worden we echt gelukkig van? Het enige waar we volgens Boutellier nog overeenstemming in vinden is in hetgeen algemeen verafschuwd wordt: wreedheid, discriminatie en slachtofferschap. Het strafrecht werd steeds belangrijker, maar er was ook een probleem, het liep namelijk achter de feiten aan, straf volgde op daden. Sinds de jaren negentig is men daarom steeds meer gaan focussen op veiligheidsbeleid. Dit lijkt ons nu orde en rust te brengen, bovendien verenigt veiligheid mensen. Veiligheid wordt door de auteur dan ook als mogelijk substituut van religie gezien in onze maatschappij. Zelf hebben we als brave burgers niets te verbergen en we vinden het prima dat alles gecontroleerd wordt, zodat we het idee hebben dat ‘ze’ wel weten waar de rotte appels zitten. Ondanks dat we enerzijds niet weten wie beschikt over onze gegevens en wat daarmee gedaan (kan) worden en er anderzijds zoveel dataverkeer is dat het niet te controleren is.

Zo passeren nog verschillende onderwerpen de revue, zoals ontwikkelingen op het gebied van integratie, wetenschap en seksualiteit. De auteur probeert patronen te vinden waarin onze maatschappij zich zo rap heeft kunnen ontwikkelen tot wat het nu is. Want voordat de maatschappij ‘van God los’ ging, vroeg men zich af of het geen zooitje zou worden wanneer we alles op eigen verantwoording zouden doen. Is het al tijd om de balans op te maken?

Geef een reactie