Afgelopen weken las ik het boekje ‘Gastarbeider, verhalen van hoop op de spoed’ van Gor Khatchikyan. Ik heb deze SEH (Spoed Eisende Hulp) arts verschillende keren horen spreken, met zijn aanstekelijke bevlogenheid. Interessant om iets meer over zijn werk te lezen. Al klinken de verhalen lang niet zo energiek en hoopvol als de titel doet vermoeden.
Ze geven een ander beeld van het leven in het ziekenhuis, dan bijvoorbeeld de verhalen van Margriet van der Kooi. Ook haar eerste boek gaat over hoop en dat onderwerp was herkenbaar in de verhalen die ze beschrijft. Wat mij betreft is dat bij  Khatchikyan minder het geval. Dit komt mede doordat in ‘Gastarbeider’ veel acuter situaties op de SEH worden beschreven. Meestal is er geen ruimte voor rustige gesprekken met patiënten. Omdat er sprake is van een levensbedreigende situatie en/ of bedillerige familie.

Eeuwige gast

In het voorwoord beschrijft Khatchikyan waarom zijn boek de titel ‘Gastarbeider’ heeft. Dit is onder andere omdat hij zich nog steeds te gast voelt in Nederland. Ondanks dat hij er vanaf zijn tienerjaren heeft gestudeerd en nu als arts werkt. Het hoofdstuk dat dit pijnlijk duidelijk maakt, heeft dezelfde titel als het boek en irriteerde me het meest.
Wanneer het tot een geschil met een verpleegkundige komt, wordt hij er meermaals op gewezen hoe je hier in Nederland hoort te werken. Terwijl hij zijn volledige opleiding hier heeft gevolgd en dus prima weet hoe het werkt. Op zich herken ik de situatie. Dat je het in het heetst van de strijd oneens bent en terugvalt op je primaire beeld dat je van iemand gevormd hebt. Maar dat dit in de evaluatie tot de oorzaak van het probleem wordt verheven, is wel erg verdrietig.

Concentratie op verschillen

Je vraagt je soms af wat jaren van ‘gastvrijheid’ ons land hebben opgeleverd. Voor Khatchikyan heeft het woord gastarbeider vanuit de christelijke context ook een positieve notie. Maar voor Asis Aynan is het alleen een negatieve term. Zijn vader was één van de zogenaamde gastarbeiders, die hier in de eerste plaats helemaal niet kwam voor werk. De opstand in het Rifgebied dreef hem en vele anderen in 1958 naar Nederland. Een geschiedenis die voor ons volledig onbekend is. Ook toen en dus nog steeds stapelde het ene misverstand zich op het andere.
Of eerder al de Molukkers, die niet onthaald en gewaardeerd werden zoals hen was belooft. Telkens wordt geconcentreerd op de verschillen. Waardoor wantrouwen ontstaat ten opzichte van mensen, die uit pure wanhoop niet anders konden dan hun cultuur verlaten. En ze hier gedwongen worden ook hun status en waardigheid van onderaf weer op te bouwen.

Kansen

We stellen onszelf als norm en ook dat wordt op pijnlijke wijze, zeer terecht aan de kaak gesteld door Khatchikyan. Bijvoorbeeld wanneer hij beschrijft hoe eisend de kinderen van een oudere dame zich opstellen. Zij dwingen een opname af, omdat geen van hen de tijd heeft om een paar dagen voor hun gezonde, bejaarde moeder te zorgen. Tenenkrommend!
Hoe houdt deze man het vol? Hij beschrijft ook dat hij zich afvraagt of dit nu echt zijn jeugddroom van het artsenvak was. Nu horen we dat vaker in de zorg, men is meer bezig met het invullen van dossiers, dan met het effectief zorgen voor de patiënt. Maar zeker vanuit zijn situatie, waarin hij echte ellende kent uit zijn verleden als asielzoeker en het heden van Armenië. Ik heb veel respect voor hem, omdat hij doorzet en vol vuur blijft werken in zijn ziekenhuis, aan boeken en programma’s.

Hoop

Hij kan een baken van hoop zijn voor ons allemaal. Al is het misschien makkelijker om daaraan voorbij te gaan en ons vooral te richten op hoe zwaar we het hebben met de pandemie en alles wat we niet mogen. Door in ons eigen recht te blijven staan en vastgeroeste gewoontes. Zodat Khatchikyan zelfs op de achterkant van zijn eigen boek allochtoon wordt genoemd. Een woord dat we al in 2016 in de ban hebben gedaan…