Een van de eerste blogs die ik drie en half jaar geleden schreef, verwees naar de test van het WNF over je persoonlijke ecologische voetafdruk. Helaas heb ik er destijds niet mijn score bij beschreven. Eigenlijk heb ik ook geen idee of de test inmiddels veranderd is. Daarom leek het me nu een mooi moment om eens te kijken wat er veranderd is in de afgelopen jaren. Want voor mijn gevoel heb ik, door de verschillende keuzes die ik in de tussentijd gemaakt heb, echt een totaal ander leven.

Een vorig leven

Afgezien van ons nageslacht, dat nog iets kleiner in omvang en aantal was, was de levensstandaard vooral veel hoger. Gevalletje typisch randstedelijk yuppenstel, vrees ik. Al waren we altijd al bewust met gas-, water en elektriciteit, afvalscheiding en geen shopaholics. Maar we maakten bijvoorbeeld wel minimaal twee vliegreizen per persoon per jaar, voor congressen en vakanties. Ik ging op werkdagen met de trein naar Amsterdam, wat al redelijk bewust was. We aten vaker vlees, kant-en-klare salades voor lunch en dergelijke. En ter compensatie van al het harde werken en omdat je ook niet steeds met dezelfde kleding of aftandse gadgets op congres wilt verschijnen, ook vaker nieuwe spullen. Als ik dat nu invoer in de voetafdruktest kom ik op vijf en halve hectare. Dat wil zeggen, dat wanneer we allemaal zo zouden leven, we ruim drie aardbollen nodig hebben om aan alle grondstoffen te komen.

New MI

Als ik hierop terug kijk, voelt het echt als een ander leven, met name door de nieuwe baan en daarbij behorende rust in het dagelijks leven. Door in een andere versnelling te leven, wordt je jezelf veel meer bewust van de keuzes die je maakt en de impact die het heeft. Naast het feit dat je er dagelijks via alle mediakanalen mee doodgegooid wordt, dus er bijna niet omheen kunt. Wat ik bedoel te zeggen, is dat het niet voelt alsof ik veel moet laten. Dat hangt natuurlijk ook samen met een bepaalde berusting, we hebben veel gezien en gedaan. Je vormt een gezin en dan kan het wel een tandje minder qua vliegen en zelfontplooiing. Het duurzame deel is meer een soort veranderde levensstijl, waar je als vanzelf steeds verder in gaat. Je ontdekt telkens dingen die anders kunnen en wilt proberen in hoeverre dat in je leven past.

Weggeefwinkel

Wat vooral is veranderd, zijn het vervoer, de voeding en plasticverbruik. Vakanties gaan nu met de auto binnen Europa en werk op loopafstand. De hoeveelheid vlees die we eten is gehalveerd en ook zuivel en eieren gebruiken we minder. Helemaal ontspullen gaat niet lukken, maar bewust kiezen voor tweedehands of duurzame producten scheelt een hoop. Zeker wanneer je bij aanschaf van iets nieuws, uit je bestaande spullen iets kiest waar je iemand anders blij mee kan maken. Aangezien kringloopwinkels ineens booming zijn en soms behoorlijk prijzig beginnen te worden, kies ik er de laatste tijd voor om mijn spullen naar de weggeefwinkel te brengen. Want er zijn mensen die werkelijk gedwongen zijn om voor te weinig geld rond te komen, die niet de dupe hoeven te zijn van onze duurzaamheidshype.

1,8 planet and counting

Zoals je ziet is er nog steeds ruimte voor verbetering, we zitten nu dan ook op een voetafdruk van drie hectare. Dat wil zeggen bijna twee wereldbollen vereist, wanneer iedereen zo zou leven. Ik weet niet of het winst is, als je daar drie jaar voor nodig hebt, maar het gaat in ieder geval de goede kant op. Een snelle rekensom maakt duidelijk dat de laagste score 1,2 aardbol zou zijn, hetgeen een heel frustrerend vooruitzicht is. Het betekent dat we in het westen niet in staat zijn om bovenmatig veel grondstoffen op te souperen, behalve wanneer we allemaal in een zelfvoorzienend tiny house met moestuin gaan leven. Owja, dat was ook precies het nieuws, dat als we zo doorgaan, we sowieso niet genoeg ruimte hebben. Nu maar hopen dat alle campagnes voor meer leraren aanslaan, zodat een legertje Boyan Slats’ opgeleid kan worden om deze problemen op te lossen.

Verdere reductie

De vervolgstap voor ons is de zuivel vervangen door soja producten. Inmiddels zijn er allerlei varianten voor koemelk op de markt. Waaraan ook calcium, vitamine B12 en D worden toegevoegd, waardoor het volwaardige vervangers zijn. Alle zuivelvervangers zijn qua productie duurzamer dan de dierlijke producten. Maar onderling zijn de verschillen nog vrij groot. Zo komt amandelmelk qua bestanddelen ook aardig overeen met koemelk. Maar amandelbomen groeien bij voorkeur in warme gebieden, terwijl ze veel water nodig hebben. Dat water wordt dan vaak onttrokken uit het diepere grondwater, met bodemverzakking tot gevolg. Nu is soja op zich ook geen schoon product, want hiervoor worden vaak weer regenwouden gekapt. Maar als je zelf soja gebruikt kan je in ieder geval in de gaten houden dat het duurzaam geteeld is. Dat is bijna onmogelijk wanneer je dierlijke producten gebruikt, die vaak gevoed zijn met soja waar je de herkomst niet van weet.