De norm

Wat hebben we toch een hoop ongeschreven regels voor en onuitgesproken veronderstellingen over elkaar. Zodra je enigszins kunt lezen en schrijven beginnen mensen te vragen wat je wilt worden. Zolang je boven een bepaalde leeftijd nog vrijgezel bent, komt van tijd tot tijd de vraag of je nog steeds geen partner gevonden hebt. Heb je het één en ander op een rijtje begint men te gissen naar zwangerschappen. Dan verwacht men minder werk voor de moeder en meer voor de vader des huizes. Met een jaar of vijftig moet je het allemaal wel een beetje geregeld hebben voor jezelf, als je dan nog iets anders wilt is dat ook maar dubieus. Maar met zestig moet je weer van alles gaan ondernemen, want je bent nog lang niet oud of uitgeleefd.

Alles en iedereen wordt ingedeeld in hokjes en vakjes. Als je een verhaal begint te vertellen is er altijd wel iemand die in zijn of haar ogen iets dergelijks heeft meegemaakt. Het leed of geluk van een ander is daardoor goed te relativeren, want het komt ons immers bekend voor. Zo doende zou een voorval van de ander ons nooit overkomen, want we weten wel beter. En hetgeen iemand anders gelukkig maakt, hebben we voor onszelf toch beter geregeld. We leven in een veilig wereldje, waarin alles overzichtelijk en volgens de verwachtingen verloopt. Mocht iemand iets overkomen wat te dicht bij komt of te ingrijpend is dan geven we niet thuis, omdat we niet goed weten wat we met de emoties aan moeten. Misschien heeft de ander even rust en ruimte nodig en wat kun je in een ernstig geval zeggen zonder iemand voor het hoofd te stoten.

Anderzijds ervaren we onszelf wel als zeer ‘authentieke’ personen, met zwaarwegende problemen en eindeloos veel mazzel. We worden graag gehoord en gezien. Onze mooie ervaringen worden gedeeld met iedereen en wanneer ons iets naars overkomt is het fijn om bij verschillende mensen je hart te kunnen luchten.

Het is zo grappig hoe deze twee uitersten in ieder van ons in meer of mindere mate verenigd zijn. Hoe kan je enerzijds verwachten dat mensen zitten te wachten op jouw ervaringen en anderzijds denken dat je aan drie woorden van de ander genoeg hebt om zijn of haar verhaal te kennen of een oplossing te hebben. Als we echt anders willen zijn, moeten we misschien eens niet bij onszelf beginnen, maar bij de ander. Probeer een gesprek aan te gaan zonder vooringenomen standpunten, luister naar wat iemand zegt. En wanneer je op de fiets zit en nog eens nadenkt over een gesprek en concludeert dat je weer gewoon doorgedraafd bent in je eigen verhaal, schroom niet om die persoon even te bellen. Sorry joh, ik zat nog eens te denken, wat bedoelde je nu eigenlijk te zeggen?

Geef een reactie