In zijn boek ‘Het zijn net mensen’ geeft Joris Luyendijk een beeld van vijf jaar correspondentschap in het Midden-Oosten. In die jaren drong het steeds meer tot hem door dat hij in de media vaak maar één beeld kon schetsen van de werkelijkheid. Terwijl een verhaal over het algemeen meerdere kanten heeft. Daarom kiezen de media er vaak voor om de versie van een verhaal te delen, die past bij het bestaande beeld van een bepaald land of regime. Onpartijdig nieuws brengen lijkt sowieso een onmogelijkheid, daarvoor zit de wereld te ingewikkeld in elkaar.
Het boek van Luyendijk zag in 10 jaar tijd 32 herdrukken, waarvan de nieuwste inmiddels ook al vijf jaar oud is. Maar de boodschap lijkt me niet minder relevant. Onze beeldvorming is zo beperkt en gekleurd, daar kan je niet vaak genoeg op gewezen worden, om een beetje kritisch te blijven.

Correspondent ter plaatse

Met name wanneer het over het Midden-Oosten gaat, speelt ook mee dat het veelal dictatoriale landen betreft, waardoor je ook als correspondent niet kunt weten wat er speelt. Cijfers worden niet vrijgegeven. Journalisten kunnen alleen door het regiem goedgekeurde personen ingestudeerde zinnen horen uitspreken. En de rest van de bevolking durft zich niet te uiten. De incidentele verhalen die Luyendijk wel meekreeg behaalden nooit het grote nieuws. Omdat ze anoniem opgetekend moesten en zeker niet gefilmd konden worden. Dat betekent onder andere dat journalisten niet op straat het nieuws kunnen verzamelen of verifiëren, zoals gesuggereerd wordt met de term ‘correspondenten ter plaatse’. Verslaggevers worden vanuit het ANP geïnformeerd en dienen dan in voorbesproken interviews de antwoorden op vooraf bekende vragen te reproduceren. Redacties, die nog minder weten van de landen waarover de berichtgeving gaat, beslissen wat het nieuws uit een regio wordt.

Gedetineerden en hun familie

Recent hoorde ik iemand enthousiast spreken over een boek met vrijwel dezelfde titel; ‘Het zijn mensen’ van Frans Douw. Een gepensioneerd gevangenisdirecteur die pleit voor de menswaardige behandeling van gedetineerden. Ook wat dat betreft is de beeldvorming in media te beperkt. We kunnen het maar moeilijk opbrengen om mensen een tweede kans te gunnen. Afgezien van de strafmaatregel die gevangenschap op zich al is, wordt een verblijf in detentie nog zwaarder door een cultuur waarin angst, ongelijkheid en onderdrukking een belangrijke rol spelen. Zo raken gedetineerden vaak verder beschadigd en wordt terugkeer naar de maatschappij bemoeilijkt.
Deze stigmatisering geldt overigens ook voor de familie, die worden aangezien als een verlengstuk van de dader, ook al hebben ze niets met een delict te maken. Als gevolg daarvan worden ze vaak verstoten door vrienden- en familiekring.

Wat is er met onze ontwikkeling gebeurt, sinds we in onze kleuterjaren kennis maakten met Tom en Jerry? Waarom blijven we mensen en hele bevolkingsgroepen indelen in goed en fout, zonder te kunnen aanvaarden dat de werkelijkheid genuanceerder is? Dat iedere goedzak ook zijn scherpe randjes heeft en zelfs onze maatschappij of de invloeden ervan mensen tot waanzin kunnen drijven? En dat zulke excessen een klein onderdeel zijn van de hele persoon of cultuur. En dat je zulke onderwerpen daarom niet in oneliners of vanachter je bureau kunt vatten.